Een ogenblik geduld a.u.b.

FAQ

  • Waar staan de gebruikte afkortingen voor?

    • CFV: Centraal Fonds Volkshuisvesting
    • FLOW: Fonds Leren en Ontwikkelen Wooncorporaties
    • KWH: Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector
    • SHAERE: Sociale Huursector Audit en Evaluatie van Resultaten Energiebesparing
    • WSW: Waarborgfonds Sociale Woningbouw

     

    • DAEB: Dienst Algemeen Economisch Belang
    • fte: Fulltime equivalent, 36-urige werkweek
    • HOED: Huisartsen onder één dak
    • MGE: Maatschappelijk Gebonden Eigendom. Werd o.a. door het ministerie van VROM gebruikt als verzamelnaam voor elke vorm van verkoop door de corporatie (soms met korting), waarbij deze met de koper afspreekt de woning bij (door)verkoop als eerste aan te bieden aan de corporatie. Daarbij wordt de winst of het verlies gedeeld. Vanaf 2004 is MGE opgevolgd door Koopgarant.
    • RSP: De relatieve salarispositie. De verhouding tussen het persoonlijk salaris van een werknemer en het reguliere einde van de salarisschaal.
    • TI: Toegelaten Instelling
    • VHE: Verhuureenheden
    • VVE: Vereniging van eigenaren
    • Wht:  Wet op de huurtoeslag
    • WOZ:  Wet waardering onroerende zaken
    • WWS: Woningwaarderingsstelsel. Het puntensysteem dat de kwaliteit van een huurwoning weergeeft.
  • Wat betekenen de afkortingen in de kolom Eenheid?

    In de kolom Eenheid is voor de betreffende indicator weergegeven wat de eenheid is.

    De volgende afkortingen zijn gebruikt:
    €/wng                                      €/woongelegenheid
    €/mdw                                     €/medewerker
    €/nwb.hw                                 €/nieuwbouw huurwoning
    €/nwb.kw                                 €/nieuwbouw koopwoning
    €/verk.won                               €/verkochte woning
    €/invest.                                   €/investering
    €/verbet.                                  €/verbetering
    mld/fte                                     meldingen/fte

  • Hoe wordt het aantal VHE, waarmee gerekend wordt, bepaald?

    In het volgende overzicht wordt de opbouw van het totaal aantal verhuurheenheden ongewogen weergegeven:
    + Totaal huurwoningen
    + Onzelfstandige overige wooneenheden
    = Totaal aantal woongelegenheden
    + Garages
    + Bedrijfsruimten/ winkels niet DAEB
    + Overig bezit
    + Bedrijfsruimten/ winkels DAEB
    = Totaal aantal verhuureenheden ongewogen

    Indien het totaal aantal verhuureenheden gewogen wordt weergegeven dan is de volgende opbouw en weging toegepast:
    + Totaal huurwoningen
    + Onzelfstandige overige wooneenheden
    = Totaal aantal woongelegenheden
    + Garages                                                            weging 0,2
    + Bedrijfsruimten/ winkels niet DAEB                      weging 1,0
    + Overig bezit                                                       weging 0,2
    + Bedrijfsruimten/ winkels DAEB                             weging 2,0
    = Totaal aantal verhuureenheden gewogen

  • Kan ik mijn corporatie ook op andere indicatoren vergelijken?

    U kunt uw corporatie op een grote hoeveelheid aan indicatoren vergelijken. Ga naar de menubalk en kies rechts voor 'Databank'. Onder de FAQ rubriek Databank kunt u een handleiding downloaden.

  • Hoe zijn de prestatievelden en indicatoren bepaald?

    In de online benchmarktool zijn de prestaties van uw corporatie te vergelijken met die van uw collega-corporaties op een aantal prestatie-indicatoren. Deze prestatie-indicatoren zijn toegewezen aan prestatievelden. Op deze velden verwacht de samenleving prestaties van corporaties en hebben corporaties zelf eveneens ambities. Het INK-model, BBSH en visitatiemethodiek 4.0 vormen de basis voor deze prestatievelden (meer informatie treft u op www.aedes.nl en www.visitaties.nl). Deze velden zijn gekoppeld aan groepen belanghebbenden voor wie corporaties toegevoegde waarde leveren: klant en samenleving, medewerkers, bestuur en financiers. Hierbij zijn de indicatoren ingedeeld in een set die het resultaat voor de belanghebbende toont, en een andere set die gericht is op de organisatie-inspanning.

    Zo krijgt u een nader beeld van het presteren van uw corporatie in vergelijking met andere corporaties, op deze zeven prestatievelden:

    1. Huisvesting primaire doelgroep.
    2. Huisvesting doelgroepen met specifieke aanpassingen of voorzieningen.
    3. Kwaliteit woningen en woningbeheer.
    4. Kwaliteit wijken en buurten.
    5. Kwaliteit werkgeverschap.
    6. Waarde vastgoed.
    7. Vermogen en financiële continuïteit.

    In het proces om te komen tot dit model en indeling van indicatoren zijn verschillende weloverwogen stappen genomen waaronder afstemming met een klankbordgroep van leden.